Drievoudige top- en bodemformaties

De formaties met deze kenmerken kunnen gezien worden als een variant op de hoofd en schouders formaties. Het grote verschil is echter dat de middelste van de 3 toppen of 3 bodems niet echt boven de andere 2 uitsteekt of onder de andere 2 uitkomt. In de hoofd en schouders formatie was dat wel geval. De middelste top of bodem werd daarom ook hoofd genoemd.

In dit koerspatroon is het zo dat nadat de drie toppen of de drie bodems worden gevormd er sprake is van afnemende volumes. Op het moment dat de weerstandslijn (bij een stijging) wordt doorbroken moet er dan sprake zijn van een toename van het aantal verhandelde aandelen. Uiteraard is het zo dat dit zelfde geldt op het moment dat de steunlijn (bij een daling) wordt doorbroken. Ook dan moet er sprake zijn van een toenemend volume.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.