Driehoeksformatie

De driehoeksformatie komt vrij veel voor. Het zijn in principe koerspatronen die gebruikt worden voor de korte- of middenlange termijn. In principe dus voor een periode van 1 tot ongeveer 3 maanden. Er worden daarbij een aantal verschillende formaties herkent:

A. De symmetrische driehoek

Deze driehoek wordt gevormd door twee trendlijnen die in ongeveer dezelfde mate naar elkaar toelopen. Opvallend is dat de toppen steeds lager komen te liggen, terwijl de bodems steeds hoger komen te liggen. De koersbewegingen worden dus steeds minder en terwijl dat gebeurt, nemen ook de volumes af. Het betekent dat vraag en aanbod ongeveer in evenwicht zijn en dat zeer moeilijk aan te geven is aan welke kant er een uitbraak zal komen.

Op het moment dat de koers wel boven een trendlijn uitbreekt, is de kans echter groot dat de koers (zeker voor wat betreft de korte termijn) in de richting van de uitbraak verder zal gaan, zeker als de genoemde uitbraak gepaard gaat met toenemende volumes.

B. De stijgende driehoek

Deze driehoeksvorm is als volgt te beschrijven. Het bovenste been van de driehoek (de weerstandslijn dus) loopt horizontaal. Het onderste been van de driehoek (de steunlijn) stijgt, zodat de steunlijn op een gegeven moment de weerstandslijn zal kruisen. Met andere woorden: de toppen in de grafiek liggen steeds op ongeveer hetzelfde niveau, terwijl de bodems steeds hoger komen te liggen. Dat betekent dat er steeds meer vragers in de markt komen, terwijl het aanbod van de aandelen juist afneemt. Dat betekent uiteraard dat er meer vraag is dan aanbod en dat heeft een opdrijvend effect op de koers. Het ligt dus voor de hand dat er een uitbraak zal gaan volgen, die naar boven gericht is.

C. De dalende driehoek

Deze driehoeksvorm is als volgt te beschrijven. Het bovenste been van de driehoek (de weerstandslijn) daalt, terwijl het onderste been van de driehoek (de steunlijn) horizontaal loopt, zodat de weerstandslijn op een gegeven moment de steunlijn zal kruisen. Met andere woorden: de toppen in de grafiek liggen op een steeds lager niveau, terwijl de bodems steeds op ongeveer hetzelfde niveau liggen.

Dat betekent dat er steeds meer aanbieders in de markt komen, terwijl de vraag naar de aandelen juist afneemt. Dat betekent uiteraard dat er meer aanbod is dan vraag en dat heeft een dalend effect op de koers. Het ligt dus voor de hand dat er een uitbraak zal gaan volgen, die naar onderen gericht is.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.