Optiestrategieën (zonder de combinatie met aandelen)

A. Spread
De term spread wil zeggen: u koopt tegelijkertijd een optie en verkoopt (schrijft) een andere optie op hetzelfde aandeel, met verschillende afloopmaanden en/of uitoefenprijzen. Het gaat dus om een combinatie van twee putopties of twee callopties.

Voor de gekochte optie betaalt u premie, maar voor de verkochte (geschreven) optie ontvangt u premie. De spread wordt toegepast op het moment dat u verwacht dat er sprake zal zijn van geringe koersbewegingen.

Met deze stellingen als uitgangspunt, kunnen we vaststellen dat er dus verschillende spreads mogelijk zijn.

1. Price-spread (verticaal)
Deze spread ontstaat op het moment dat u een optie koopt met een bepaalde uitoefenprijs en tegelijkertijd een optie met een andere uitoefenprijs verkoopt, terwijl beide opties dezelfde afloopdatum hebben. Het ‘spreiden’ zit dus in de uitoefenprijs. Vandaar dus: price-spread.

VOORBEELD 1
De koers van het aandeel X is op 25 januari 2012: 175,=. U denkt dat het aandeel X zal stijgen, maar dat de koers voorlopig niet boven de 185,= uitkomt. Hierbij past de volgende strategie:

Aankoop 1 calloptie X mei 2001 175,= 9,80 980,=
Schrijven 1 calloptie X mei 2001 185,= 5,20 520,=
.
Totaalsaldo investering 460,=

De maximale winst die behaald kan worden is 185,= minus 175,= is 10,= x 100 (aandelen) = 1.000,=. Hier moet echter de investering (460,=) nog vanaf. Dus werkelijk blijft er maximaal over een bedrag van 540,= Dit bereikt u op het moment dat de koers rond de 185,= (of daarboven) komt te liggen. Verder is vast te stellen dat u uitgaat van een koersstijging. Op het moment dat de koers op de derde vrijdag van mei 2012 onder 175,= staat, is uw verlies ‘beperkt’ tot 460,= (de betaalde premie).

VOORBEELD 2
Het volgende voorbeeld maakt een en ander nog wat duidelijker. U heeft een calloptie van een willekeurig fonds gekocht met uitoefenprijs 75,=. Daarvoor heeft u 3,= premie betaalt. Tegelijkertijd heeft u een calloptie met uitoefenprijs 80,= verkocht (geschreven). Daarvoor heeft u 1,= ontvangen. Uw investering is dus geweest 2,= x 100 is 200,=. Op het moment dat de afloopdatum is bereikt, kunnen zich de volgende situaties voordoen:
1. De koers van het aandeel eindigt op de afloopdatum boven de uitoefenprijs van de geschreven calloptie 80,=. Dat betekent dat beide opties In The Money zijn. U verdient dan het verschil in de uitoefenprijzen min de gedane investering (80,= minus 75,=) minus 2,= is 3,= x 100 = 300,=.

2. De koers van het aandeel eindigt op de afloopdatum onder de uitoefenprijs van de gekochte calloptie 75,=. Dat betekent dat de beide opties Out Of The Money zijn en dat de totale investering (2,= x 100 is 200,=) verloren gaat.

3. De koers van het aandeel eindigt op de afloopdatum tussen de uitoefenprijzen van beide opties. U verdient of verliest in dat geval het verschil tussen de uitoefenprijs van de gekochte calloptie 75,= en de actuele koers van het aandeel op dat moment, min uw investering van 2,=.

2. Time-spread (horizontaal)
Een time-spread is het gelijktijdig kopen en schrijven van put- of callopties met gelijke uitoefenprijzen maar verschillende looptijden. Bij een time-spread koopt men een optie met een lange looptijd en schrijft men een optie met een korte looptijd met gelijke uitoefenprijs. Het ‘spreiden’ zit dus in de looptijd. Vandaar: time-spread.

Er wordt dan gebruik gemaakt van het feit dat de verwachtingswaarde van de optie met korte looptijd, versneld wegsmelt en de verwachtingswaarde van de optie met lange looptijd, voorlopig nog intact blijft. De geschreven optie zal daardoor goedkoper worden en overwogen kan worden om die optie dan op een gegeven moment terug te kopen tegen een lagere premie, wat dus premiewinst oplevert.

VOORBEELD
De koers van het aandeel X is op 8 januari 2001: 104,=.

De koers van het aandeel X is op 8 januari 2001: 104,=.
Aankoop 1 calloptie X juli 2001 105,= a 10,= 1.000,=
Schrijven 1 calloptie X april 2001 105,= a 6,= 600,=
.
Totaalsaldo investering 400,=

Stel dat de koers van het aandeel X op 10 april 2012 opgelopen is tot 110,= en u besluit om beide posities te gaan sluiten:

Sluitingsverkoop (Close Sell) .
1 calloptie X juli 2001 105,= a 12,= 1.200,=
Sluitingskoop (Close Buy) .
1 calloptie X april 2001 105,= a 5,50 550,=
.
Saldo ontvangst 650,=
Investering 400,=
.
Nettoresultaat 250,=

3. Time-price spread (diagonaal)
Een diagonale spread is een combinatie van een price-spread en een time-spread met verschillende uitoefenprijzen en verschillende afloopmaanden. Het ‘spreiden’ zit dus zowel in de looptijd als in de uitoefenprijs. Vandaar: time-price spread. Het vorige voorbeeld van aandeel X was een time-spread. Deze verandert als volgt in een time-price spread:
VOORBEELD

Openingskoop (8/1/1999) Open Buy .
1 calloptie Aegon juli 1999 105,= is 8,= 800,=
Openingsverkoop Open Sell .
1 calloptie Aegon april 1999 110,= is 3,= 300,=
.
Saldo investering 500,=

een sluitingstransactie op 17 februari 2011 met een koers van het aandeel Aegon van 112,= geeft het volgende beeld:

Sluitingsverkoop Close Sell .
1 calloptie X juli 2001 105,= a 12,= 1.200,=
Sluitingskoop Close Buy .
1 calloptie X april 2001 110,= a 5,= 500,=
.
Saldo ontvangst 700,=
Investering 500,=
.
Nettowinst 200,=

B. Straddle
De term straddle wil zeggen: u koopt of verkoopt tegelijkertijd zowel een calloptie als een putoptie met dezelfde uitoefenprijs. Deze strategie is met name gericht op fondsen die grote koersbewegingen maken. U kunt hiervan uitgaan bijvoorbeeld rond het bekend worden van bepaalde cijfers van een bedrijf.

In eerste instantie lijkt het wat onlogisch dat u tegelijkertijd een calloptie en een putoptie koopt met dezelfde uitoefenprijs. Met de calloptie gaat u er namelijk van uit dat de koers van het aandeel zal gaan stijgen, terwijl u er met de putoptie juist van uitgaat dat de koers zal gaan dalen.

Nogmaals: bij sterk bewegende koersen is deze strategie heel goed bruikbaar, omdat zowel een flinke koersbeweging naar boven als een flinke koersbeweging naar beneden, het ‘verlies’ aan de andere kant goed maakt.

VOORBEELD
De koers van het aandeel ASLM op 4 januari 2001 is 25,=. Een week later zullen er cijfers bekendgemaakt worden, waarbij er onzekerheid is ten aanzien van de inhoud van die cijfers. De resultaten kunnen zowel negatief als positief uitpakken. Op grond van deze onzekerheid, besluit u tot het aangaan van de volgende posities:

 

Openingskoop Open Buy .
1 calloptie ASML januari 2001 25,= a 3,= 300,=
Openingskoop Open Buy .
1 putoptie ASML januari 2001 25,= a 2,= 200,=
.
Totaal geïnvesteerd 500,=

De genoemde 500,= is totaal door u geïnvesteerd en is daarmee ook het maximale risico wat u loopt. In het slechtste geval is dit het bedrag dat u zult gaan verliezen. De winst zal gerealiseerd worden, op het moment dat de koers van het aandeel sterk zal gaan stijgen of sterk zal gaan dalen. Op het moment dat de koers rond de 25,= zal blijven hangen (omdat bijvoorbeeld de resultaten die bekend gemaakt worden, volgens de verwachting zijn), moet u ervan uitgaan dat de strategie is mislukt en dat beide posities dus verloren gaan.
Stel nu echter dat de strategie juist is geweest en dat de koers van het aandeel ASML net voor de expiratiedatum stijgt naar 35,=. In dat geval wordt de winst als volgt berekend:

Sluitingsverkoop Close Sell .
1 calloptie ASML januari 2001 25,= a 11,= 1.100,=
De gekochte putoptie .
ASML januari 2001 25,= loopt waardeloos af. 0,=
.
. 1.100,=
Gedane investering 500,=
.
Totale winst 600,=

Terugkopen van opties
Al eerder is er over gesproken dat het mogelijk is om geschreven optiecontracten (dus optiecontracten waarvoor u premie ontvangt) terug te gaan kopen op het moment dat de premie van een optie (en dan met name de tijdswaarde) terugloopt. Uiteraard goed rekening houden met een eventuele margin-verplichting.

VOORBEELD
Op 1 januari 2012 is de koers van ABN-AMRO 20,=. Op dat moment koopt u:

1 calloptie ABN oktober 2003 5,= voor 20,= 2.000,=

Verder schrijft u ieder kwartaal: 1 calloptie ABN-AMRO met een kortere looptijd, bijvoorbeeld:

1 calloptie ABN april 2001 22,50 waarvoor u 2,= ontvangt 200,=

Die 200,= ontvangt u en u hoopt dat de koers niet te sterk stijgt. Tegen de derde vrijdag van januari 2012, als de koers nog rond de 20,= ligt, zal de premie nog maar 0,50 zijn. Dit is dan het moment om de optie weer terug te kopen. Dit kost u dan 100 x 0,50 is 50,=.

Het schrijven en weer terugkopen, zoals beschreven, levert u dus 150,= op. Vervolgens kunt u dezelfde strategie weer uitvoeren, bijvoorbeeld voor het kwartaal daarna (dus afloopdatum in juli 2001). Dit gebeuren kunt u blijven herhalen tot oktober 2003. Rendementen van 25% op jaarbasis zijn daarbij niet uitzonderlijk. Voorwaarde bij een dergelijke strategie is wel dat de koersen niet te sterk fluctueren.

Indien de koers wel sterk stijgt, zult u de geschreven optie weer duur terug moeten kopen, maar daar staat tegenover dat de langlopende calloptie ook in waarde is toegenomen. Deze strategie is overigens ook in combinatie met 100 aandelen (in plaats van de lange calloptie) uit te voeren.

Tot slot
Bepalen van strategieën is vooral veel oefenen. In eerste instantie gaat het er vooral om veel ervaring op te doen op papier. Daarnaast kan veel lezen uiteraard ook geen kwaad. Rustig kijken naar de volgende uitwerkingen is daar een voorbeeld van.

Eén reactie

  1. Is het mogelijk op relatief korte termijn(3weken) een put optie te verkopen aan bvb 15 $ indien het huidige koersaandeel $ 12 bedraagt en dit aan een lage premie?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.