Hefboomwerking

Het grote voordeel van de optiehandel ten opzichte van bijvoorbeeld de aandelenhandel (of andere vormen van beleggen) is, dat u er geen groot startkapitaal voor nodig heeft. Met een relatief klein startkapitaal bent u in staat om leuk te verdienen (of te verliezen). Aan de hand van een voorbeeld zal duidelijk gemaakt worden wat het verschil in rendement kan zijn tussen beleggen in aandelen en beleggen in opties.

VOORBEELD 1
U koopt op 4 januari 2001 100 aandelen Philips voor de koers van 35,=. Uw totale investering is dan 100 x 35,= is 3.500,=
Op 1 april 2001 noteert het aandeel Philips op de Amsterdamse Beurs een koers van 42,50. U verkoopt de aandelen, wat u een winst oplevert van 100 x (42,50 – 35,=) is 750,=.
Dus met een investering van 3500,= heeft u 750,= verdiend, wat een rendement betekent van 21,43%

VOORBEELD 2
U koopt op 4 januari 2001 een optiecontract Philips C april 2001 45,= met een premie van 3,=. De huidige koers van het aandeel is 47,50. U betaalt dus 100 x 3,= is 300,=.
Op 1 april 2001 noteert het aandeel Philips op de Amsterdamse Beurs een koers van 51,= en noteert het optiecontract een premie van 6,=. Uw winst is dan 100 x (6,= minus 3,=) is 300,=.
Dus met een investering van 300,= heeft u 300,= verdient, wat een rendement betekent van 100%.
Dit hier beschreven (en aan de hand van een voorbeeld verduidelijkt) effect noemen we het hefboomeffect. Wat u bij het kopen van opties echter altijd in de gaten moet blijven houden, is dat u de geïnvesteerde premie zou kunnen verliezen.

VOORBEELD 3
U koopt op 4 januari 2001 een optiecontract ING C april 2001 45,= en betaalt daarvoor een premie van 3,=. Op de derde vrijdag van april 2001 is de koers van het aandeel ING echter 44,=. Dat betekent dat uw gekochte optie met een uitoefenprijs van 45,= waardeloos afloopt en u het geïnvesteerde bedrag (3,= x 100 is 300,=) kwijt bent geraakt.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.